showdetails

Float Fall



Please accept marketing-cookies to watch this video.

Mocht geduld hebben een Olympische discipline zijn, dan zou Float Fall vlot met brons, zilver én goud op het podium staan. Liefst àcht jaar zit er tussen de eerste single -intussen een Belpopclassic- en de titelloze debuutplaat die in september verschijnt. Dat is langer dan de meeste carrières stand houden. Met ‘Someday’ nam het Brusselse duo rond Rozanne Descheemaeker en Ruben Lefever destijds nochtans een vliegende start. Het nummer werd een hit, en resulteerde bovendien in een wereldwijde deal met Sony. De twee bleven onafgebroken aan nieuwe songs werken, namen op in Los Angeles met ronkende namen als Joey Waronker, bekend van ondermeer R.E.M., Beck en Atoms For Peace. Het was een boeiende periode. Leerrijk, ook. Rozanne en Ruben voelden zich als twee kinderen die werden losgelaten in een grote, kleurrijke snoepwinkel. Maar er kwam geen plaat. Telefoontjes naar de platenfirma bleven onbeantwoord. Feedback op demo’s stond gelijk aan een oorverdovende stilte. Niet fijn, maar het geloof in eigen kunnen bleef gelukkig overeind.

Pas vijf jaar later -in 2018- volgde opnieuw een teken van leven: ‘Hard Time Loving You’ was opnieuw een uitstekende single, en wie de kleine lettertjes las, zag namen als Rob McAndrews (gitarist bij James Blake) en Luke Smith (producer van Foals en Depeche Mode) in de credits staan. En opnieuw voelde je dat Float Fall geen alledaags gezelschap was, laat staan een eendagsvlieg. Maar wéér werd het stil. Alleen was die stilte dit keer bedrieglijker, want de debuutplaat zou aanvankelijk begin 2020 verschijnen, tot een wereldwijde pandemie het geduld van Rozanne en Ruben opnieuw anderhalf jaar op de proef stelde. Gelukkig wisten ze intussen wat wachten was. En belangrijker: het duo had intussen lang genoeg met de songs samengeleefd om te weten dat ze dat zoveelste oponthoud ook nog wel zouden overleven.

Maar nu, na zoveel valse starts, omwegen en omzwervingen is de eerste plaat van Float Fall ECHT KLAAR. Na acht jaar mag dat in hoofdletters, inderdaad. Tien nummers staan erop. Tien beknopte titels op de hoes. Dat lijkt niet veel na al die jaren. Maar het arsenaal werd net zolang uitgezuiverd tot enkel het allerbeste overbleef. En het resultaat is navenant. Float Fall klinkt internationaal als esperanto. En tegelijk kleuren de stemmen van Rozanne en Ruben zo mooi tegen elkaar af dat je het gevoel hebt hun intiemste gesprekken af te luisteren. Ook inhoudelijk blijven de nummers klein. Het gaat over elkaar aftasten. Overloslaten en aanhalen. Over intens verdriet en complexloos liefhebben. Relatiesongs, inderdaad, met melancholie als overheersende gemoedstoestand. Want liefde tussen twee mensen blijft het mooiste thema van allemaal. Een onuitputtelijke bron van inspiriatie, en universeel herkenbaar. “Een viering van de liefde”, noemt Ruben het. Soms licht, soms donker. Maar nooit zonder hoop.

Het geluid van Float Fall is tegelijk herkenbaar gebleven én ruimer geworden. Er wordt verder gebouwd op de kruisbestuiving tussen knisperende beats en warme synthesizers. Songs als ‘Hear You’ en ‘Little Words’ klinken klein en groot tegelijk. Ook opmerkelijk: de plaat klinkt als een coherent geheel. Niet evident, als je weet dat ‘Werewolf’ – het tweede nummer dat ze ooit schreven- de plaat heeft gehaald, naast veel recenter materiaal. Die eenheid is deels de verdienste van producer Orson Wouters – u kent ‘m van Sleepers’ Reign en Transistorcake - die met frisse oren naar songs kon luisteren die de groep al jaren met zich meedroeg. “Float Fall is altijd iets van Ruben en mij geweest,” zegt Rozanne, “We zijn twee alletwee intense mensen, en in die songs konden we onszelf kwijt. De groep staat voor de verbondenheid tussen ons twee. Maar op de duur zie je door de bomen het bos niet meer, en dan wordt het nuttig om er iemand van buitenaf bij te betrekken. En daarin is Orson van goudwaarde gebleken. Hij heeft hier en daar wat verfijningen aangebracht, waardoor het eindresultaat nog verbeterd is.”

Float Fall. Tien nummers. Tien titels. Tien keer een krop in de keel, ook. Voor de groep zélf is het moment van de waarheid aangebroken. Tijd om te oogsten. Om het publiek weer dichtbij te voelen. Want als de band érgens naar uitkijkt, is het om -eindelijk- weer live te kunnen spelen. En opnieuw die speciale band te voelen met een publiek dat acht jaar na ‘Someday’ geduldig heeft afgewacht. Ze mogen op beide oren slapen: het zal niet bij die ene Belpop-classic blijven.